Voor verwijzers en collega’s

Wanneer is beeldende therapie geïndiceerd?

cliënten die:

  • moeite hebben zich verbaal te uiten en reflecteren of juist te sterke verbaliteit of rationalisering gebruiken
  • leren van ervaren, doen en oefenen in plaats van praten over problematiek
  • baat hebben bij hun problematiek letterlijk in beeld te brengen ter bevordering van inzicht in eigen gedrag
  • moeite hebben contact te maken met hun belevingswereld
  • moeite hebben in continuïteit in contact ervaren (beeldend werk blijft bestaan)
  • via experimenteren (materiaal en vormgeving) het eigen gedrag en handelen kunnen ervaren
  • een taboe op praten of benoemen van bepaalde ervaringen ervaren
  • of waarbij communicatie moeilijk verloopt

 

Doorverwijzen

Beeldende therapie is er op gericht veranderings-, ontwikkelings-, stabilisatie- en/of acceptatieprocessen te bewerkstelligen. De therapie kan individueel plaatsvinden, maar er kan ook worden gewerkt in groepen of in zorgsystemen zoals ouder-kind, gezin of relatie. Verschillende therapeutische invalshoeken, variërend van gedragstherapeutisch tot psychoanalytisch, kunnen als basis dienen voor de behandeling. Kenmerkend is de inzet van beeldende middelen.

Doorverwijzingen naar beeldende therapie  vinden vooral plaats bij:
• Klachten rondom het zelfbeeld
• Spanningsregulatie problemen en burn-out
• Emotieregulatie problemen
• Depressieve en angstige klachten
• Trauma gerelateerde klachten
• Levensfase problemen
• Persoonlijkheidsproblematiek
• Gedragsproblemen
• ASS en andere ontwikkelingsstoornissen

Doorverwijzing kan plaats vinden als voor de cliënt een (andere) therapievorm gezocht wordt, maar ook als er een ervaringsgerichte aanvulling op de therapie gewenst is.